Machten, machtswortels en omgekeerd evenredige getallen
Voer met onderstaande toetsen functies voor machten, machtswortels en omgekeerd evenredige getallen in.
Functies voor machten:
(kwadraat),
(nde macht)
Functies voor machtswortels:
(vierkantswortel), 
(
) (nde wortel)
Functie voor omgekeerd evenredige getallen: 
(
)
Voorbeeld 1: (52)3 = 15 625
5

3

Voorbeeld 2: (1 + 1)2+2 = 16
1
1
2
2

Voorbeeld 3:√2 × 3 = 4,242640687...
(Invoer/Uitvoer: Breuk in/Dec uit)
2
3

(Invoer/Uitvoer: Regel in/uit)
2
3

Voorbeeld 4: 5√32 = 2
(Invoer/Uitvoer: Breuk in/Dec uit)

(
) 5
32

(Invoer/Uitvoer: Regel in/uit)
- 5

(
) 32


Voorbeeld 5: 10-1 = 0,1
(Invoer/Uitvoer: Breuk in/Dec uit)
- 10

(
)

-toets (Macht van 10)
Gebruik de
-toets om een macht van 10 te berekenen. Als u op
drukt, wordt “
” of “
” ingevoerd in overeenstemming met de huidige instelling
- [Rekeninstell] > [
Toets].
Wanneer “
(Wetensch.)” geselecteerd is voor [
Toets] (initiële standaardinstelling):
Als u op
drukt, wordt de functie
ingevoerd. Deze functie neemt argumenten ervoor en erna met de vorm a
n (n is een geheel getal) en geeft het resultaat van 10n vermenigvuldigd met a.
Wanneer “
(Macht)” geselecteerd is voor [
Toets]:
Op
drukken geeft hetzelfde invoerresultaat als op 


drukken, dat “
” invoert.
Berekenen 4 × 1073 × 108
Wanneer “
(Wetensch.)” geselecteerd is voor [
Toets] (initiële standaardinstelling):
Voorbeeld 1: (Invoer/Uitvoer: Breuk in/uit)
- 4
7
3
8

Voorbeeld 2: (Invoer/Uitvoer: Regel in/uit)
- 4
7
3
8

Wanneer “
(Macht)” geselecteerd is voor [
Toets]:
Voorbeeld 3: (Invoer/Uitvoer: Breuk in/uit)
4
7
3
8
*1
Voorbeeld 4: (Invoer/Uitvoer: Regel in/uit)
4
7


3
8

*2
*1 Met deze instellingen (
Toets:
(Macht), Invoer/Uitvoer: Breuk in/uit), zorgt bij het uitvoeren van 4 × 107 ÷ 3 × 108 ervoor dat de berekening opeenvolgend van links naar rechts wordt uitgevoerd, wat een ander berekeningsresultaat oplevert dan dat in het bovenstaande voorbeeld (met breuken). Om hetzelfde berekeningsresultaat te krijgen, moet elke term tussen haakjes staan: (4 × 107) ÷ (3 × 108).
*2 Met deze instellingen (
Toets:
(Macht), Invoer/Uitvoer: Regel in/uit), zorgt bij het uitvoeren van 4×10^(7)
3×10^(8) (of 4×10^(7) ÷ 3×10^(8)) ervoor dat de berekening opeenvolgend van links naar rechts wordt uitgevoerd, wat een andere berekeningsresultaat oplevert dan dat in voorbeeld 3. Om hetzelfde berekeningsresultaat te krijgen, moet elke term tussen haakjes staan, zoals in voorbeeld 4.
Opmerking
Als “
(Wetensch.)” geselecteerd is voor [
Toets], worden automatisch haakjes ingevoegd zoals in het onderstaande voorbeeld (hetzelfde geldt voor voorbeeld 1 en voorbeeld 2 hierboven).
- 1
1
2 
Merk echter op dat haakjes niet automatisch worden ingevoegd, als u het sexagesimale symbool (
) onmiddellijk na
invoert.
- 1
2

(
)2
2

(
)
3
2

(
)

√ -vormberekeningsbereik
De toegestane weergavebereiken van het √ -vormberekeningsresultaat worden hieronder weergegeven.
± a√b, ± d ± a√b, ± a√bc ± d√ef
1 ≤ a < 100, 1 < b < 1000, 1 ≤ c < 100
0 ≤ d < 100, 0 ≤ e < 1000, 1 ≤ f < 100
Voorbeeld:
(Invoer/Uitvoer: Breuk in/uit)
10√2 + 15 × 3√3 = 45√3 + 10√2 ... Weergegeven in √ -vorm
99√999 (= 297√111) = 3 129,089165 ... Weergegeven als een decimale waarde

