Numerieke berekeningen
In deze sectie worden commando’s en functies uitgelegd die u kunt invoeren nadat u de volgende bewerking hebt uitgevoerd:
– [Num berekening].
Absolute waarde
Wanneer u een berekening met een reëel getal uitvoert, krijgt deze functie gewoon de absolute waarde.
Voorbeeld: |2 − 7| = Abs(2 − 7) = 5
(Invoer/Uitvoer: Breuk in/Dec uit)
– [Num berekening] > [Absolute waarde]
2
7

(Invoer/Uitvoer: Regel in/uit)
– [Num berekening] > [Absolute waarde]
2
7


Afronden
Met de functie Afronden (Rnd) worden decimale breukwaarden van het argument afgerond in overeenstemming met de huidige instelling Getalformaat. Het interne en weergegeven resultaat van Rnd(10 ÷ 3) is bijvoorbeeld 3,333 wanneer de instelling Getalformaat “Fix3:0,123” is. Als u de instelling Norm1:1,23
of Norm2:0,00123 gebruikt, wordt het argument op het 11e cijfer van het mantissegedeelte afgerond.
Voorbeeld: Om de volgende berekeningen uit te voeren als “Fix3:0,123” is geselecteerd voor het aantal weer te geven cijfers: 10 ÷ 3 × 3 en Rnd(10 ÷ 3) × 3
(Invoer/Uitvoer: Breuk in/Dec uit, Getalformaat: Fix3:0,123)
- 10
3
3

– [Num berekening] > [Afronden]
10
3
3

