Overslaan en naar inhoud gaan

Functieanalyse

Dit hoofdstuk legt de commando’s en functies uit die u kunt invoeren na de bewerking: – [Func Analysis].

Logarithm(logab), Logarithm(log)

Gebruik (log) of – [Func Analysis] > [Logarithm(log)] om logab als log (a, b) in te voeren. Grondtal 10 is de originele standaardinstelling, als u voor a niets invoert.


Voorbeeld 1: log101000 = log 1000 = 3

  • (log)1000

Voorbeeld 2: log216 = 4

  • (log)2(,)16

De -toets (of – [Func Analysis] > [Logarithm(logab)]) kan ook worden gebruikt om in te voeren, maar alleen terwijl MathI/MathO of MathI/DecimalO is geselecteerd voor Input/Output in het menu SETTINGS. In dit geval moet u voor het grondtal een waarde invullen.


Voorbeeld 3: log216 = 4

  • 216

Natural Logarithm

Gebruik (ln) of – [Func Analysis] > [Natural Logarithm] om ‘ln’ in te voeren.


Voorbeeld: ln 90 (= loge90) = 4,49980967

  • (ln)90
Begin van pagina